donderdag 10 april 2008

La Traviata door de Nationale Reisopera doet op zaterdag 12 april Martiniplaza in Groningen aan


Achtste voorstelling

Zaterdagavond om 20:15 uur begint in Martiniplaza te Groningen de voorstelling van de opera La Traviata van Giuseppe Verdi. Het is de achtste van dertien uitvoeringen die door de Nationale Reisopera tussen 22 maart en 26 april in twaalf theaters van ons land waren gepland. Het betreft hier de opnieuw in het repertoire opgenomen enscenering, die enkele jaren geleden met succes door hetzelfde voortreffelijke muziektheatergezelschap, verspreid over een aantal geschikte theaters van ons land, werd gegeven.
Een uitgebreid artikel over deze opera en de daarbij behorende gegevens met betrekking tot het gezelschap is onder meer te vinden op onze zustersite Tempel van het Muziektheater op zondag 16 maart.

___________
Foto: Scène uit La Traviata, zoals uitgevoerd door de Nationale Reisopera. (Foto: Hermann en Clärchen Baus.)

zaterdag 5 april 2008

Symfonieorkest De Harmonie presenteert drie Nederlandse composities tijdens drie concerten

Symfonieorkest De Harmonie
In het kader van het jaarlijkse voorjaarsoptreden van het Symfonieorkest De Harmonie te Groningen worden ook in 2008 weer drie lenteconcerten gegeven op verschillende locaties. Het eerste concert heeft plaats op zaterdag 5 april 's avonds op het Waddeneiland Schiermonnikoog in God Tjark, en begint om 20:0 uur. Er staan drie Nederlandse werken uit de twintigste eeuw op het programma, het ouste stamt uit 1900, en daarmee word het symfonische gebeuren geopend. Solist in het eerste Fluitconcert van Theodoor Verhey is de artistiek veelzijdige fluitist Pepijn van Doesburg, die ook als schrijver van programmatoelichtingen en als vertaler werkzaam is. In de laatste functie realiseerde hij een omvangrijk werk van Hector Berlioz [1], en voorzag hij dat tevens van een inleiding. Pepijn van Doesburg is sedert 1997 als fluitist verbonden aan het Noord-Nederlands Orkest te Groningen.
Het concert zal worden herhaald op woensdag 9 april 's avonds om 20:15 uur in de kerk van Slochteren, en dan nogmaals op zaterdag 12 april, eveneens beginnend om 20:15 uur, dan in de Nieuwe Kerk te Groningen.


Peter van Anrooy — Piet Hein Rapsodie (1900)

De uitzonderlijke musicus Peter van Anrooy (1879-1954), die aan het begin van de twintigste eeuw enige jaren (1905-1910) vaste dirigent is geweest van het symfonieorkest in Groningen, en in die hoedanigheid zeker heeft gezorgd voor verhoging van het niveau binnen het orkest en zich ook met de voorzieningen in de zaal zodanig heeft bemoeid dat de ingrepen het werken voor de musici prettiger, en dus minder deprimerend hebben gemaakt. Na relatief korte tijd vertrok deze musicus uit Groningen om daarna in Arnhem en Den Haag verder carrière te maken. Hij was één der vertegenwoordigers van die dirigenten welke als componist werkzaam waren, maar die — in tegenstelling tot wat beroepscomponisten zo dikwijls smalend beweren — niet typische dirigentenmuziek heeft geschreven.
De Piet Hein Rapsodie is min of meer door toeval ontstaan. Johan Wagenaar, die omstreeks de vorige eeuwwisseling Van Anrooy's mentor was, zou in Utrecht zijn eigen Doge van Venetië uitvoeren, maar wilde als opmaat nog graag een prettig stuk gelegenheidsmuziek presenteren. Hoewel hij de nodige aarzelingen koesterde, schreef Peter van Anrooy toen zijn fantasie over het — in ieder geval toen en tevens in de loop van de twintigste eeuw nog lang — voor iedere Nederlander bekende volkslied.

Op het hiernaast afgebeelde affiche voor het concert in De Harmonie te Groningen is te zien dat het Concert van 31 augustus 1906, onder het motto Oud-Groningen uit zes programma-onderdelen bestond en dat tot besluit de componist zijn eigen Hollandsche Rapsodie Piet Hein zou dirigeren. Ook toen stond er, als vierde nummer van het concert, een werk van Julius Röntgen — de Oud Nederlandse Dansen Voor Orkest — op het programma.

Theodoor Verhey — Concert voor fluit en orkest in d, opus 43
Erg scheutig zijn de diverse lexica en vakboeken over de Nederlandse muziek niet, tenminste als het gaat om informatie over de componist Theodoor Verhey (1848-1929). In veel vakliteratuur komt zijn naam niet eens voor — zoals bij Averkamp, Monnikendam, Höweler, Thijsse en Slagmolen; de meesten van hen hebben per definitie in algemene zin al enige steken laten vallen — en daar waar dat wel het geval is, zoals bij Reeser, Samama, Bottenheim en Backers blijft de informatie zeer summier.
Verhey studeerde eerst aan de Koninklijke Muziekschool te Den Haag en vervolgens in Berlijn. Hij geldt als in sterke mate beïnvloed door de Duitse muziekcultuur. Hij kan met recht een vruchtbaar componist worden genoemd, al heeft hij zijn levensonderheid verdiend met het geven van piano- en theorielessen aan het Conservatorium te Rotterdam. Hij componeerde opera's, solconcerten, kamermuziek, waaronder een pianokwartet en solowerken voor dat instrument en voor viool, en voor cello. Ook in de discipline liederen en koorwerken heeft de man zich bekwaamd, getuige zijn Missa somenis en een Te Deum.
Het eerste Fluitconcert van twee door Theo Verhey is een dankbaar stuk voor de solist, die technisch flink wat in zijn mars moet hebben qua stilistisch inzicht en ook qua vingervlugheid, hetgeen in het afsluitende, zigeneunerachtige onderdeel — de drie delen worden niet onderbroken —, met de aanduiding alla zingarese, indrukwekkend kan worden voorgedragen.

Julius Röntgen: Symfonie nr. 3 in c (1910)
Voor zover het lexicografische aandacht betreft, heeft Julius Röntgen (1855-1932) het heel wat beter getroffen. Hij wordt in nauwelijks enig zichzelf respecterend lexicon overgeslagen. Dat hij ook in vooraanstaande Duitse vakliteratuur voorkomt, dankt hij in eerste instantie aan het feit dat hij in Leipzig werd geboren, en zelfs nu wordt hij nog veelal als Duits-Nederlands componist vermeld. Hij was in eerste instantie pianist en in die hoedanigheid was hem reeds jong het geluk beschoren dat hij kon optreden met grootheden als de bariton Julius Stockhausen (1826-1906)
en later ook nog met de violist Carl Flesch (1873-1944) en de eveneens wereldvermaarde cellist Pablo Casals (1876-1973).
Als componist mocht Röntgen evenmin klagen, aangezien reeds in zijn zestiende levensjaar een werk van hem in druk was verschenen. In de loop van zijn ruim zes decennia werkzame leven schreef hij zo'n 600 composities, waarvan begin deze eeuw door de Nederlandse stichting Donemus alsnog zo'n honderd zijn gepubliceerd die niet eerder waren uitgegeven.
Hij schreef meer dan dertig symfonieën, waarvan De Harmonie de Derde, in c klei,n, gecomponeerd in1910 op het programma van het voorjaarsconcert 2008 heeft gezet. Geheel in de lijn van de reeds geruime tijd gevolgde programmapolitiek van dit ensemble dat daarin nimmer de weg van de minste weerstand heeft gekozen, maar altijd opnieuw het oog heeft laten vallen op de minder gangbare werken van het orkestrepertoire. Dat alleen al vergt het nodige onderzoek en studie en zorgt voor een toegevoegde waarde, die op geen enkele wijze een extra belasting voor uitvoerenden en toehoorders al vormen; ten hoogste voor de puntjes van de stoelen of kerkbanken.
___________
[1] In 2006 is de Nederlandse vertaling verschenen van Berlioz' Les soirées de l'orchestre, vertaald en ingeleid door Pepijn van Doesburg, als Avonden met het orkest. 512 pag., paperback; ISBN 90-450-13711, uitgeverij Atlas, Amsterdam/Antwerpen, waarover we dezer dagen separaat op onze zustersite Tempel der Toonkunst nader zullen berichten.
____________

Afbeeldingen

1. Fluitist Pepijn van Doesburg.
2. Componist en dirigent Peter van Anrooy in zijn Groningse tijd.
3. Affiche voor een Oud-Groningen concert van 31 augustus 1906 in de Harmonie te Groningen door het gelijknamige symfonieorkest.
4. Nederlands Hervormde Kerk van Slochteren.
5. Componist Julius Röntgen.
6. Voorzijde van de Nederlandse editie van Berlioz' Avonden met het orkest. De afbeelding voorop is het portret uit 1832 dat de schilder Emile Signol (1804-1892) van de componist heeft vervaardigd.

vrijdag 4 april 2008

Liederen van Kurt Weill, zondag 6 april 's middags in intieme entourage van Huize Eem te Groningen

In de intieme entourage van Huize Eem aan het Hoge der Aa 6 te Groningen zullen de zangeres Gea Passies en de pianist Johanan Havinga zondag 6 april, 's middags vanaf 15:00 uur in totaal 19 liederen van Kurt Weill (1900-1950) ten gehore brengen, negen daarvan voor de pauze, de rest tot besluit.

Kurt Weill
De naam Kurt Weill mag dan niet geheel onbekend zijn in de wereld van de in klassieke muziek geïnteresseerden, het feit dat hij in het jaar 1900 is geboren — en dus nog net in de negentiende eeuw — zorgde er in de loop van zijn leven en ook nog daarna dat vele eventuele
belangstellenden al afhaakten voordat ze de moeite hebben genomen kennis te nemen van zijn oeuvre. Dat Weill een aandeel heeft in de Dreigroschenoper weten die zich (al te) afstandelijk opstellende muziekliefhebbers nog wel, maar wat hij daarnaast zoal heeft gepresteerd, is meestal slechts onbekend gebied.
Kurt Weill werd in Dessau geboren en heeft zijn muzikale opleiding aldaar in de jaren 1915-18 gevolgd bij Albert Bing, en daarna
in het seizoen 1918/19 aan de Berliner Musikhochschule bij Engelbert Humperdinck (1854-1921) weer zo'n componist wiens naam aan slechts één werk is verbonden: de opera Hänsel und Gretel. Enige tijd werkte Weill als kapelmeester, waarna hij in de compositieklas van Ferruccio Busoni (1866-1924) werd opgenomen; dat was in de periode 1920-23. Weill ontwikkelde een sterke belangstelling voor het muziektheater, en in dat kaer heeft hij een tijd samengewerkt met Ivan Goll (1891-1950) en de dramaticus Georg Kaiser (1878-1945) [*], maar bovenal met Bertolt Brecht (1898-1956) [*].
In 1926 is Kurt Weill getrouwd met de actrice/zangeres Lotte Lenya (1898-1981), die de grootste internationale bekendheid zou verwerven met de rol van Jenny in de Dreigroschenoper. [*] Zij heeft ook na het overlijden van Kurt Weill in 1950 nog enkele decennia gezongen en geacteerd in vooral zijn werken.
Door de al te sterke opkomst van het Mofrikaanse nazisme is het echtpaar in 1933 uit Duitsland gevlucht, en hebben de beide kunstenaars enige tijd in Parijs en Londen doorgebracht, waarna ze op uitnodiging van de inmiddels befaamde theatermaker Max Reinhardt (1873-1943) zich definitief in de VS hebben gevestigd: eerst in New City bij New York en vervolgens in Hollywood.

Werken
Naast de bekende theaterwerken en, later in Amerika, de songs [*], die Weill heeft geschreven
op teksten van bekendheden aldaar — zoals de broer van George Gershwin, Ira (1896-1983) [*], Maxwell Anderson (1888-1959) [*] en Alan Jay Lerner (1918-1986) [*] — is er ook het nodige aan klassieke muziek in de overgeleverde betekenis van zijn hand verschenen: twee symfonieën (1921; 1933), een sinfonia sacra (1922), een vioolconcert (1925), cantates, werken voor koor met begeleiding, zoals Der Lindberghflug naar Brecht — twee versies, beide in 1929: de eerste samen met Paul Hindemith (1895-1963), de tweede daarentegen als éénmanscompositie. Voorts schreef Kurt Weill nog tal van andere werken, waarvan we hier nog refereren aan de Begeleidingsmuziek voor de Wereldtentoonstelling van 1939 in New York.

Overige informatie
Op de website van de beide uitvoerende kunstenaars staat een eigen bijdrage over leven, werk en belang van Kurt Weill. Over de zangeres Gea Passies vindt u hier meer informatie, over de pianist Johanan Havinga staan eveneens gegevens op diezelfde site. Dat geldt ook voor hun agenda, waarin de optredens met plaats, datum en tijd zijn vermeld.
__________

[*] De met gemerkte namen komen als 'leveranciers' van de teksten voor Weill-songs voor op het programma van Gea Passies en Johanan Havinga, zondag 6 april te Groningen.
____________
Afbeeldingen

1. Gea Passies en Johanan Havinga.
2. Kurt Weill.
3. Lotte Lenya, in 1962 gefotografeerd door Carl Van Vechten.
4. Ira Gershwin aan de piano in 1950, met links Ed Sullivan.

donderdag 27 maart 2008

Nog drie dagen is de bijzondere kunst van photo artist Harald Seiwert te zien in Galerie MooiMan!

Schilderkunst — Fotokunst
Wie van ulieden zonder associatie is bij het zien van de bovenstaande Venus, is niet werkelijk thuis in de kunst der Renaissance. Op hoeveel boekomslagen, cd-boekjes — vooral met Italiaanse muziek en in het bijzonder met de Vier Seizoenen van Antonio Vivaldi — en zelfs in volstrekt ongepaste context, is het origineel van Venus uit het schuim geboren van Sandro Botticelli (ca. 1445-1510) inmiddels al gebruikt en hier en daar dus eveneens misbruikt.
Fotograaf en photoshop-kunstenaar Harald Seiwert heeft een scherp oog voor de mogelijkheden die hem door bestaande kunstwerken uit diverse perioden en uit verschillende disciplines worden geboden — schilderijen, beeldhouwwerken, speelfilms uit de twintigste eeuw — en voor hem is het kennelijk een noodzaak om al die universele kunst van anno toen om te smeden tot Mannenkunst anno nu. Dat daardoor het element van de Herenliefde, maar in eerste instantie toch homo-erotiek op de voorgrond treedt valt weliswaar niet weg te denken, maar het blijft onder alle omstandigheden erotiek van de menselijke soort, zonder welke kunst, in alle denkbare vormen, een onmogelijkheid zou zijn.

Humor prevaleert
In de eerdere bijdrage over Harald Seiwert op — Cultuurtempel —, onze 'moedersite', hebben we al gewezen op het humoristische element dat ontstaat zodra je beseft dat alle vrouwen op elke afbeelding zijn vervangen door mannen. In het geval van Gabrielle D'Estree wordt de man in de inzet geheel achter op de afbeelding een heel bijzondere deus ex machina, aangezien met dat extraatje wordt geïmpliceerd dat de vrouw — en dus de vervangende man — zwanger zou zijn. Maar goed, schrijvers gaan zwanger van omvangrijke epiek, en voor sommige poëten is de productie van één kort maar krachtig gedicht niet zelden ook een hele bevalling. En laten we het hier maar op kunst binnen de kunst houden.

Minimale ingrepen met maximale werking
Die klassieke kunstwerken, welke Harald Seiwert voor bewerking heeft uitgekozen, zijn veelal zeer bekend, ook al weet menigeen niet de naam van de maker of de titel van de voorstelling. Dat geldt zeker voor de blote jongen met vleugels en andere attributen, die zeker in een bepaalde richting wijzen, al zullen de pijlen in diens rechterhand wellicht toch als eerste die van Amor verraden. Dat oorspronkelijke schilderij van (Michelangelo Merisi da) Caravaggio (1573-1610), uitgevoerd in olieverf op linnen, met het formaat 154 x 110, gerealiseerd in de jaren 1596-1598 — het hangt thans in de Gemäldegalerie van de Staatliche Museen Berlin — beeldt inderdaad Amor uit en zal derhalve minder snel leiden tot de conclusie dat het is aangepast, aangezien diens relatief minimalistische geslachtsdeel — dat wordt gecompenseerd door de lange pijlen — bij Harald Seiwert eveneens overeind is gebleven, hoewel niet letterlijk. Hier bestaan de diverse aanpassingen niet in de kunne van het uitgebeelde wezen, maar in een esthetiserende vernieuwing: weggewerkte plooien boven de navel en verder een wat minder voluptueus lichaam, en derhalve meer in overeenstemming met de erotische mannelijke esthetiek anno nu.
En ook in andere gevallen zijn de ingrepen van minimale aard, want welke renaissancejongeling had een kapsel zoals Harald Seiwerts Ganymedes tentoonspreidt? Kortom, waar zouden we zijn zonder humor in de kunsten in het algemeen, en in deze werken van Harald Seiwert in het bijzonder. . . . Die zou zelfs wel eens kunnen zorgen voor een vermindering van het nog altijd veel (te) sterke spanningsveld tussen al die niet homoërotisch voelenden en de rest van de aardbewoners, aangezien lachspieren nu eenmaal een universeel-wezenlijk aspect van de mens vormen.

Alle stukken van Harald Seiwert zijn in Galerie MooiMan! nog te zien op vrijdag 28, zaterdag 29 en zondag 30 maart, tussen 14:00 uur en 18:00 uur. Nadere gegevens over de galerie vindt u hier.
____________
Afbeeldingen
1. Harald Seiwerts versie van Botticelli's Venus.
2. Botticelli's Venus.
3. Harald Seiwerts impressie van Caravaggio's Amor.
4. Eigentijdse Ganymedes in renaissance-entourage.

dinsdag 11 maart 2008

Erik Bosgraaf speelt Jacob van Eycks Lusthof op tweede paasdag in de Remonstrantse Kerk in Stad

Virtuoze Fluyten
De Nederlandse blokfluitist Erik Bosgraaf komt tweede paasdag, at is maandag 24 maart, naar Groningen om aldaar vanaf 15:00 uur in de Remonstrantse Kerk zijn kunst voor te stellen door delen uit één Nederlands verzamelwerk uit de zeventiende, de Gouden Eeuw voor zijn instrument te spelen. Het betreft Der Fluyten Lusthof van Jacob van Eyck (ca. 1590-1657), die zelf een begenadigd meester op dat instrument was, en zo'n honderdvijftig stukken in de jaren 1644-1649 in drie etappes onder die noemer heeft bijeengebracht.
Enige tekst en uitleg wordt gegeven op de website van de Organisatie MuziekKlassiek! in onze Stad, die dit recital heeft geïnitieerd en gerealiseerd. In die teksten kunt u wetenswaardigheden uit de biografie van de virtuoze fluitist lezen en tevens over de opnamen van Der Fluyten Lusthof. Eveneens staat er een korte beschrijving over het wel en wee van de Rembrandt-tijdgenoot Jacob van Eyck, die vooral in de Domstad verbleef en daar speelde, overigens niet alleen als fluitist.
De beeldend kunstenares Hieke Meppelink, tevens bekend als zangeres van het concertpodium in binnen- en buitenland, heeft alvast twee foto's beschikbaar gesteld van het Jacob van Eyck-project waar zij aan werkt, en die beide het begrip Fluyten Lusthof in de titel dragen. Het hierboven afgebeelde vormt de eerste uitwerking in brons van het Monument voor Jacob van Eyck, waaraan Hieke Meppelink al geruime tijd werkt. Het is verleden jaar in een totale oplaag van 12 exemplaren gereedgekomen, en men kan via voorintekening één van die exemplaren verwerven. Zie daartoe meer op de website van de kunstenares. Het tweede, rechts in deze tekstkolom opgenomen, is ontstaan vanuit een voorstudie voor datzelfde monument. — Daarover later naders op andere cultuursites in Nederland en België, onder meer onze zustersite Tempel der Beeldende Kunst.

Afbeeldingen
1. Erik Bosgraaf.
2. Hieke Meppelink: In Fluyt en klokkenspel een aller eeuwen wonder.
3. Hieke Meppelink: Der Fluyten Lusthof 2007.
4. Interieur van de Remonstrantse Kerk Groningen.

zondag 9 maart 2008

'Innerlijke perspectieven' en 'het uiteindelijke beeld' — Twee kunstenaars in de Foto Academie

Twee richtingen
De FOTOACADEMIE Groningen biedt vanaf vrijdag 7 maart een expositie met diverse stukken uit twee totaal verschillende richtingen binnen de fotokunst, gerealiseerd door twee leeftijdgenoten: Ronald Brul (*1974) en Haukur Óskarsson (*1975). Laatstgenoemde werkt met een aloud procédé binnen de fotokunst: het directe positief. Het oorspronkelijke materiaal oefent nadrukkelijk grote invloed uit op het eindresultaat dat na het afdrukken pas in volle omvang zichtbaar wordt. "De fotograaf doet als het ware een stap achteruit, wachtend op het uiteindelijke beeld", staat als laatste zin in de korte, wervende tekst op de achterzijde van de grafisch aantrekkelijke 'ansichtkaart' die de aandacht op de expositie moet vestigen. Aan de voorzijde is van beide kunstenaars een voorbeeld afgedrukt.
Ronald Bruhl fotografeert portretten en tevens omgevingen hetgeen resulteert in wat een objet visuel non identifié wordt genoemd, dat echter volkomen figuratief is en aan de verbeeldngskracht van de toeschouwer apelleert, door het amalgaam der verschillende niveaus: die van de zogenoemde innerlijke perspectieven en die welke wordt omschreven als subtiel surrealisme.
De onderhavige expositie in de FOTOACADEMIE duurt tot en met 23 april en is vijf dagen per week geopend: van maandag tot en met vrijdag tussen 10:00 uur in de ochtend en 17:00 uur in de namiddag. Het instituut is gevestigd in de Lutkenieuwstraat 5, in het hartje centrum van Groningen, bijkans letterlijk aan de voet van de Der Aa-kerk.
Als niet onbelangrijke, aangename bijkomstigheid mag worden vermeld dat de entree gratis is, waardoor ook de mensen met de zogeheten smalle beurs en tevens die met een geheel lege portemonnee toch deel kunnen hebben aan een important, doch tegelijkertijd nog wel eens onderschat, onderdeel van de wereld der beeldende kunsten.

dinsdag 4 maart 2008

Helena Basilova, piano — Debuut in De Oosterpoort

Veelzijdig programma
De pianiste Helena Basilova (eigenlijk: Jelèna — Елена Басилова) brengt op zondag 16 maart 's middags vanaf 15:00 uur in de kleine zaal van het Cultuurcentrum De Oosterpoort een goed en veelzijdig programma dat ook nog eens breed in de tijd mag worden genoemd: van Schumann tot en met Messiaen. Het geheel bestrijkt een periode van twaalf decennia.
Helena werd in 1983 te Moskou geboren. Heel jong kwam ze samen met haar ouders naar ons land, waar ze zich verder ging bekwamen in de studie van haar instrument. Thans is ze studerende bij Håkon Austbø aan het Conservatorium van Amsterdam.

Recentste werk voorop
Helena Basilova opent met het meest recente van de vijf composities die ze voor haar concert heeft uitgekozen: Le courlis cendré (De grote wulp) uit de Catalogue d'Oiseaux van de zeer productieve Fransman Olivier Messiaen (1908-1992). Het is inmiddels alweer exact een halve eeuw geleden dat deze vogelcatalogus na twee jaar werken, vanaf 1956, werd voltooid.
De vier daarop volgende te spelen werken worden in chronologische volgorde gebracht, te beginnen met de Davidsbündlertänze opus 6 uit 1837 van Robert Schumann (1810-1856). Van Leoš Janáček (1854-1928) volgt een deel uit het eerste pianoboek van de beginjaren 1900 dat hier met de Engelse titel wordt voorgesteld: On an overgrown path. Die beide reeksen samen behelzen 15 stukken, waarvan er zeven oorspronkelijk voor harmonium waren geschreven.
Besloten wordt het optreden met twee Russische composities: het eerste werk is de Negende Sonate, opus 68 uit 1912-13, van Aleksandr Skrjabin (1872-1915), welk stuk de Franse ondertitel "Messe noire" meekreeg. Dan volgen delen uit de Suite voor ballet Cinderella (Золушка — Assepoester) van Sergej Prokofjev (1891-1953), dat als orkestwerk het opusnummer 87 draagt en in de jaren 1940-44 werd gerealiseerd. Aangezien het programma alleen vermeldt dat er stukken uit deze suite zullen worden gespeeld, zij nog medegedeeld dat de pianobewerkingen in totaal 19 onderdelen tellen, waarvan de eerste drie (opus 95) in 1942 werden gemaakt, de tien volgende (met opusnummer 97) een jaar daarna, en tenslotte nog eens zes delen in 1944, met het opusnummer 102.
____________
Afbeeldingen
1. Pianiste Helena Basilova.
2. Componist Olivier Messiaen in de jaren vijftig van de vorige eeuw.
3. Sergej Prokofjev, componist van Assepoester.