vrijdag 1 oktober 2010

Michail Jurowski, het NNO en Dmitri Sjostakovitsj

Weer eens toporkest
De afdeling publiciteit van het Noord Nederlands Orkest wil nog wel eens leuk uitpakken door het eigen ensemble als toporkest te afficheren, en dat leidt wel eens, nu en dan begrijpelijk, tot enig meesmuilen, zeker als je eens of meermaals achtereen een concert hebt bijgewoond waarvan de kwaliteit niet boven de, weliswaar goede, middelmaat uitkomt. 
Maar dan plotseling verschijnt er een gastdirigent, die je niet uit eigen ervaring kent, maar wiens reputatie hem is vooruitgesneld. 
Dat was het geval met Michail Jurowski die voor het zomerreces van het ensemble in Groningen en Leeuwarden een concert van het NNO zou leiden. Het werd een openbaring: die Zevende Symfonie van Dmitri Sjostakovitsj klonk alsof een Russisch toporkest op tournee even Stad aandeed om te laten horen wat het kan. Een groter compliment kan ik niet verzinnen.

Viktor Libermann: "Neem een Rus"

Die combinatie — Sjostakovitsj en Jurowski — bleek een wel heel gelukkige en geheel en al in overeenstemming met het gevoelen, en het dienovereenkomstig uitgesproken advies, van de toenmalige chefdirigent van het orkest, Viktor Libermann (1931-1999), die zelf de Zevende zou leiden, maar inmiddels te ziek was. Daarom werd het opus van het programma verwijderd. "Neem een Rus", heeft die dirigent als goede raad meegegeven. Daaraan heeft de leiding van het orkest voldaan, na een interim-leiding. Daarna werd Alexander Vedernikov benoemd. Het bleek geen gelukkige combinatie. Hoewel menigeen dat aan de kwaliteiten van Vedernikov weet, bleek dat al te gemakkelijk: ik heb de man daarna, maar dan elders, voortreffelijke muziek horen maken.

Ideale combinatie (1) — NNO met een een Rus
Diverse seizoenen was nog een Rus, Nikolaj Aleksejev, gastdirigent. In diens tijd in Groningen heeft hij driemaal een symfonie van Dmitri Sjostakovitsj met het NNO uitgevoerd: de Vijfde, de Elfde, en — zijn laatste concert alhier — de Achtste. Allemaal uitschieters in de best denkbare zin. We hebben wel eens het gevoel gehad dat de man in Groningen niet voldoende naar waarde werd geschat. Het zou mooi zijn als hij de komende jaren, nu Michel Tabachnik in dit seizoen voor het laatst in Groningen optreedt, zich weer eens op de podia van het NNO zou kunnen vertonen.


Ideale combinatie (2) — NNO met nog een Rus
Toen het ensemble eindelijk toe was aan Sjostakovitsj' Zevende — een 'monsterproductie' die hier en daar met 147 instrumentalisten wordt uitgevoerd; in Groningen en Leeuwarden waren het er 104 —, werd de combinatie Jurowski/NNO daarvoor gecreëerd, en in de programmering van het seizoen 2010/2011 werd Sjostakovitsj' Tiende op de rol gezet. Gisteravond werd de eerste van twee uitvoeringen van die Tiende gerealiseerd — vrijdag 1 oktober volgt een herhaling in Hoogeveen —, en ook deze keer bleek Jurowski het uiterste uit de musici van ons — dus toch onvolprezen — orkest te kunnen halen. Niet alleen verdient dat bewondering, het zorgt er tevens voor dat eerder uitgesproken verlangens thans opnieuw bovenkomen: zie dat die Michail Jurowski hier vaker komt, en nog beter: probeer de man te contracteren voor een reeks concerten per seizoen. Helemaal geweldig zou het zijn als Michail Jurowski chefdirigent van het Noord Nederlands Orkest zou kunnen worden. 

Honderdvijftig jaar orkest in Groningen

Die combinatie van, zo nu en dan, toch nog ietwat verborgen, kwaliteiten zou er misschien voor kunnen zorgen dat het Fries-Drents-Groningse muziekgezelschap in de zomer van het eigen jubileumjaar 2012 [1] zou kunnen optreden in de BBC Proms, met onder meer die Zevende van Sjostakovitsj. Ik zal dat daar, bij de BBC in Londen, eens aankaarten. Een paar seizoenen geleden klonk die symfonie onder leiding van Kurt Masur met diens Orchestre de Paris tijdens zo'n Prom op het podium van de Royal Albert Hall. Het werd een uitstekende uitvoering, maar ook niet een nog betere dan het NNO met Jurowski heeft afgeleverd. Simpelweg omdat het niet nog beter kan. Ergo: wat let ze daar, en toch al helemaal als dit ensemble, het oudste symfonieorkest van ons land, dan jubileert.
In fortissimo jubilo, zal ik maar zeggen.
Dat die bepaald niet gemakkelijke en deels, begrijpelijk, agressieve Tiende van de Grote muziek-Rus van de twintigste eeuw goed viel bij de toehoorders in de slechts voor de helft gevulde Oosterpoort-zaal, bleek onder meer uit de doodse stilte tijdens de muziek — en dat maak je alleen mee in uitzonderlijke gevallen.



Uiteindelijk kun je vaststellen dat de combinatie van dit ensemble met deze dirigent wel bijzonder goed moet zijn, want na afloop applaudisseerde zelfs het voltallige orkest voor deze maestro mee in de ovatie van de toehoorders.
Toegegeven, in mijn begintijd als criticus was dat een grote zeldzaamheid: bijna vier decennia geleden deden de toenmalige NFO-leden het voor Hiroyuki Iwaki, na de Vierde van Tsjajkovksi; daarna heb ik het, tot gisteravond, niet weer van ons voltallige orkest meegemaakt. Elders komt het meer en meer voor.
__________
[1] Op 14 november 1862 was het muziekgezelschap in Groningen het eerste in Nederland dat voldeed aan de kwalificatie symfonieorkest.
____________
Afbeeldingen
1. Michail Jurowski, gastdirigent van het NNO in 2010.
Foto overgenomen van diens website.

2. Nikolaj Aleksejev, jarenlang vaste gastdirigent van het NNO, thans gastdirigent van Het Gelders Orkest. Hij nam met dat ensemble in 2009 Sjostakovitsj' Tiende op. (Foto: HGO.)
3. Dmitri Sjostakovitsj. Schilderij van Michael Buter, Groningen, tevens ©. Dit schilderij hing gisteravond aan een zuil in de hal voor de grote concertzaal van De Oosterpoort.

dinsdag 28 september 2010

Michail Jurowski doet weer Sjostakovitsj met NNO

Michail Jurowski
Deze week concerteert het Noord Nederlands Orkest in slechts twee steden van het eigen speelgebied: donderdag 30 september in het Cultuurcentrum De Oosterpoort in Groningen, en op vrijdag 1 oktober in De Tamboer te Hoogeveen.
Dirigent is Michail Jurowski, die eerder dit jaar in onze regio met datzelfde ensemble zo'n overrompelende, en vooral blijvende, indruk wist te vestigen met de Zevende Symfonie van dezelfde componist.
Sjostakovitsj werd al decennialang in het oostblok beschouwd als de rechtmatige opvolger van Gustav Mahler. Die status moest worden gezien als een van kwaliteit èn kwantiteit. Andere stemmen melden — overigens niet ten onrechte — dat de man steeds opnieuw dezelfde symfonie schreef, maar als je het geluk hebt die werken op de juiste, diepgravende manier 'voorgezet' te krijgen, zouden nog vijftien stukken in datzelfde genre — de symfonie — geen bezwaar zijn geweest. En in het Noorden van ons land hebben we in 2010 het voorrecht gehad om een Sjostakovitsj-symfonie op de juiste wijze uitgevoerd te horen: toen was dat in Groningen en Leeuwarden. Deze week hebben de geïnteresseerden opnieuw die kans, zij het thans in Groningen en Hoogeveen, want waarom zou het eigen symfonisch ensemble met dezelfde dirigent een latere symfonie van Dmitri Sjostakovitsj anders spelen dan op topniveau.
Het concert wordt geopend met de Nocturne voor strijkorkest en harp van Arnold Schönberg (1874-1951). Daarna volgt de Nederlandse première van het Celloconcert van Philipp Glass. De cellopartij daarin wordt verzorgd door Wendy Sutter.
Meer daarover valt te lezen op onze zustersite Tempel der Toonkunst.

Heilloze kortingen
 
De inwoners van de noordelijke regio moeten wel beseffen dat het wellicht één van de laatste gelegenheden is zoiets mee te maken, aangezien in de Rijksbegroting — gepresenteerd tijdens de Troonrede op de derde dinsdag van deze maand — is voorzien dat er op cultuur zo'n 20 procent zal worden gekort. Dat is de aankondiging van een stuitende kaalslag, aangezien van de pot voor cultuur met een onevenredig groot offer zal worden gevraagd: driemaal zoveel als de overige maatschappelijke sectoren: je reinste cultuurbarbarij.
Politici hebben nu eenmaal een cultureel bord voor de kop, niet alleen in Nederland maar tevens in de ons omringende landen. Het toont meteen weer eens dat de oude, en juist gebleken, stelling — in tijden van misère hebben we juist meer cultuur nodig — nog steeds niet tot het benevelde brein van individuele politici is doorgedrongen, hetgeen ertoe leidt dat de politiek als geheel een uiterst onbetrouwbare grootheid is. We zien het, als we ons even tot het eigen land beperken, dagelijks op de beeldbuis en we kunnen het lezen in alle printmedia.
Waarmee overigens niet gezegd wil zijn dat het daarmee in andere staten van de Europese Unie beter mee gesteld is.
____________

Afbeeldingen
1. Dirigent Michail Jurowski. (Foto overgenomen van diens website.)
2. Componist Dmitri Sjostakovitsj (1906-1975.)

dinsdag 21 september 2010

NNO start concertseizoen met een Beethoven

Diverse composities van Ludwig van Beethoven  (1770-1827) trekken meestal flink wat belangstelling. Decennia geleden besloten diverse ensembles hun seizoen met een of meerdere Beethoven-concerten, die niet zelden uitverkocht waren. Dat is tegenwoordig geen automatisme meer.


Doch de reeks van drie concerten, die het Noord Nederlands Orkest eind deze week in de twee noordelijkste provincies presenteert— donderdag in Leeuwarden, vrijdag in Drachten en zaterdag in Groningen —, lijken goed tot zeer goed te scoren. Het orkest bericht dat het laatste van de drie manifestaties reeds is uitverkocht. Nu heeft dat meer dan één oorzaak, welke uit te diepen hier, in deze context, te ver zou voeren. Maar een volle zaal voor een klassiek concert is altijd een aanwinst, zolang er geen verkrachting van de werken, en daarmee van de componist in kwestie, aan de orde is, zoals dat bij intergalactisch bejubelde, navenant opgedirkte uitvoerenden — muziekmoordenaars, zeg maar — steevast het geval is. U kunt op vrijwel alle denkbare televisiezenders op dit ondermaanse steeds maar weer getuige zijn van deze weerzinwekkende wandaden, begaan door vooral Nederlanders.

Programma
Op het programma staan drie stukken van de Weense grootmeester, die de beide laatste eeuwen populair zijn gebleven: De ouverture Egmont in F-klein, opus 84 (1810), het Kaiserskonzert, d.w.z. het Concert voor piano en orkest nr. 5 in Es-groot, opus 73 (1808/09), en de Symfonie nr. 6 in F-groot, 'Pastorale', opus 68, ontstaan in de jaren 1803-1808. Dirigent en solist is Stefan Vladar, een regelmatig geziene, en meestal zeer gewaardeerde, gast bij het NNO.


Bezuinigingen

Kort voordat het symfonisch ensemble in Groningen zijn 150-jarig bestaan hoopt te vieren — op14 november 2012 is het exact honderdvijftig jaar geleden dat het gezelschap zich als symfonieorkest mocht kwalificeren — besloot weer eens een ander ensemble dat de claim voor de kwalificatie oudste orkest niet in Groningen hoorde, omdat het NNO nog relatief jong is; ditmaal was dat het Limburgs Symfonie Orkest.  Of er voldoende middelen beschikbaar komen om dat heuglijke feit in het Noorden op gepaste wijze te vieren — zoals dat, ter gelegenheid van het 125-jarig bestaan, in 1987 gedurende een half jaar wel het geval is geweest —, staat op dit moment nog niet vast, en het zou best eens kunnen dat er van diverse zijden — bedrijfsleven en particulieren — moet worden meegedaan, aangezien de Haagse overheden slechte plannen met de cultuur in ons land hebben. Twintig tot vijfentwintig procent wil men bezuinigen, en dat de lasten weer ongelijk verdeeld zullen worden, ten nadele van 'de regio' mag voor ieder duidelijk zijn die de afkeer van de Hoge Heren en Hoge Hoeden in welk kabinet dan ook kent, zoals die van oudsher jegens alle cultuur bestaat die niet binnen de Randstad Holland wordt bedreven. Reeds begin dit jaar bereikten mij berichten dat men in 't Haagje alweer flink vooruitliep op wat er moest gaan komen, en dat m.b.t. het NNO een plan zou worden uitgewerkt dat in de praktijk zou betekenen dat die regio op dat punt decennia zou worden 'teruggesmeten': zo'n 63 formatieplaatsen, werd mij medegedeeld.
Wat er uit blijkt, is niet alleen de grove minachting voor degenen die ver weg zijn van het woelige 'centrum' des lands, opnieuw wordt ermee aangetoond dat men niets wenst te zien in een passende context.
Langzamerhand ga je toch enige sympathie ontwikkelen voor de opvattingen van hen die menen dat het beter is om de noordelijke provinciën maar van de rest van het land af te scheiden en een zelfstandige staat te vormen.

(wordt, ongetwijfeld, in deze kolom vervolgd)

zondag 29 augustus 2010

Expositie Billen en Buikjes in Galerie MooiMan

Lieden welke behept zijn met een positief geladen billen-fixatie kunnen hun hart ophalen, ook als er tegelijkertijd lieden zijn welke — zelfs nog in de verlichte tijden aan het einde van het eerste decennia van de eenentwintigste eeuw — hun neus letterlijk en/of figuurlijk op voorhand zullen ophalen als de achterhand van een mannelijk deel der natie — van welke natie dan ook — wordt geëxposeerd in een galerie waar de heren der schepping langzaam maar zeker worden geconfronteerd met meer en meer aanwezigheid van vertegenwoordigers van het sterke geslacht: als bezoekers van de uitbeeldingen op alle denkbare niveaus van het mannenlijf, doch sedert bijna een jaar eveneens als deelnemers welke evenmin een grote afstand houden tot de leden dan wel het lid van de mannelijken kunne.
Op zondag 29 augustus wordt in Galerie MooiMan in Groningen Stad de groepstentoonstelling Buikjes en Billen geopend om 16:00 uur. Voor meer daarover kunt u even kennisnemen van een ander artikel vooraf op onze moedersite Cultuurtempel, eveneens van heden.
__________
NASCHRIFT 5 september: Zie ook de bijdrage op onze zustersite Tempel der Beeldende Kunsten.

dinsdag 24 augustus 2010

Joost Oomen nieuwe huisdichter Rijksuniversiteit

Als opvolger van Sacha Landkroon is benoemd tot huisdichter van de Rijksuniversiteit Groningen, de negentienjarige Joost Oomen, derdejaars student Nederlands. Als je diens mededeling "Het is tijd voor een explosie van creativiteit" serieus neemt, dan kun je — ja, dan moet je wel — vaststellen dat het een sympathieke instelling van zo'n jongen is, maar het is tegelijkertijd een stoplap van jewelste, aangezien het immers niet meer voorkomt dat het geen tijd voor een dergelijke explosie is.
In het heel snel aankomende studiejaar — 2010/2011 — zal deze Joost Oomen gedichten schrijven over de academische wereld van de stad Groningen, alsmede over het wel en wee, met alle daarbij behorende aspecten, van het studentenleven in deze stad. Die stukken zullen worden gepubliceerd in de Universiteitskrant, waarmee de poëet de universiteit wil wakker schudden. Sliep men daar dan tijdens de heerschappij van alle aan Oomen voorafgaande dichtmeesters? Hij vindt tevens dat er nog veel te ontdekken valt. Daar heeft niemand van terug, behalve wellicht in een experimenteel gedicht.

Niemeyers Tabaksmuseum sluit eind dit jaar

Einde in zicht
Het Tabaksmuseum dat sedertjaar en dag in de stad Groningen is gevestigd, sluit zijn deuren per 31 december 2010. Takaksfabrikant Niemeyer geeft per 1 januari 2011 geen geld meer voor het in stabd houden van dat instituut, gevestigd in het Pakhuis New York in de Brugstraat, als medebewoner van het Noordelijk Scheepvaartmuseum.
Als één van de redenen wordt aangevoerd dat er een andere maatschappelijke opvatting over het gebruik van tabak is gaan heersen, en dat heeft ervoor gezorgd dat degenen binnen de organisatie van Niemeyer hebben besloten dat er andere maatschappelijke prioriteiten liggen om geld aan te besteden. Voorts blijkt de firma Niemeyer te moeten bezuinigen.
In verband met die sluiting is de leiding van het instituut op zoek naar mensen die schenkingen aan het Tabaksmuseum hebben gedaan, dan wel stukken hebben verkocht. De laatste categorie zal in staat worden gesteld hun voormalig bezit terug te kopen, als men kan aantonen ooit de bezitter te zin geweest. Het dan resterende van de collectie zal deels worden verkocht aan andere tabaksmusea. Wat er uiteindelijk gebeurt met de stukken die dan nog overblijven, zullen we na 1 januari 2011 we vernemen.

Actueel nieuws
TV Noord kwam gisteren, maandag 23 augustus met het nieuws, en dat stelde de kijker in de gelegenheid nog een blik te werpen op enkele unieke stukken uit de verzameling, die zo'n vijf eeuwen omspant: vanaf de ontdekking van Amerika tot op de huidige dag, en daarmee wordt een prachtig beeld gegeven van de historische ontwikkeling van de tabak en de voorwerpen die het gebruik ervan met zich heeft meegebracht.
De huis-aan-huis krant Groningen van dinsdag 24 augustus vraagt de lezers om op internet een enquête in te vullen, die handelt over de sluiting van het museum in kwestie. Men kan aangeven of men het ermee eens is dat het museum de deuren sluit, of dat men de mening is toegedaan dat dit niet moet gebeuren omdat er anders een stukje van de cultuur van Groningen verloren zal gaan. De uitslag van deze 'poll' wordt in de editie van komende week dinsdag van die krant bekendgemaakt.

Drogreden
Het argument, dat het maatschappelijk niet meer verantwoord zou zijn om tabak onder de aandacht te brengen, is er met een zware Virginia bijgesleept. Als we alles wat in musea te zien is aan toestanden en gebeurtenissen uit het verleden — want daarom zijn zoveel zaken van anno ooit in zo'n instelling ondergebracht —, welke we nu niet meer maatschappelijk verantwoord vinden, dan kunnen zeer veel musea van oudheden en aanverwante instituten de deuren wel sluiten.

woensdag 18 augustus 2010

Laatste Lunchpauzeconcert op Martini-hoofdorgel

Drie werken uit de Barok
Op vrijdag 20 augustus, vanaf 12:45 uur, wordt in de Martinikerk aan de Grote Markt te Groningen alweer het laatste van de reeks Lunchpauzeconcerten van dit seizoen gegeven. Organist voor deze gelegenheid is Gert Jan Schipper (geboren 1975), die vier stukken zal voordragen. Drie ervan zijn van evenzovele alom bekende grootheden van het klavier uit de Barok: Dietrich Buxtehude (1637-1707), wiens Preludium in d-klein zal worden uitgevoerd. Die componist is van grote invloed is geweest op hetgeen Johann Sebastian Bach (1685-1750) voor (onder meer) dat instrument heeft geschreven. Papa Bach zelf komt ook aan bod in het derde stuk dat Gert Jan Schipper zal spelen: Toccata, adagio en fuga BWV 564. Daartussenin wordt een compositie van Georg Böhm (1661-1733) gespeeld: Vater unser im Himmelreich. De orgelmuziek van Böhm is in de Martinikerk veelvuldig voorgesteld.

Eigentijdse compositie
Ter afsluiting van het concert, en daarmee meteen van de zomerreeks 2010, zal Gert Jan Schipper een eigen compositie spelen: Improvisatie over Psalm 21, drie variaties en slotkoraal.
Er kan beslist geen twijfel aan bestaan dat de dispositie van het Schnitger/Ahrend-orgel in Groningens hoofdkerk geknipt is voor barokwerken, aangezien die op een dergelijk instrument het beste tot hun recht komen. Dat rechtvaardigt echter niet de conclusie dat het instrument zich niet zou lenen voor werken uit andere perioden van de muziekgeschiedenis, en dat is meer dan eens gebleken met composities tot en met de tweede helft van de twintigste eeuw.
Een kwart eeuw geleden bewees Charles de Wolff dat door een werk van Györgÿ Ligeti op dat orgel te spelen, en dat was niet minder dan een openbaring: alsof er diverse orgels op verschillende plekken in de kerk waren opgesteld — een bijna quadrafonische ervaring.
Overigens is dat effect niet noodzakelijkerwijs afhankelijk van de huidige tijd; verleden week speelde Jochem Schuurman de Derde Sonate opus 24 uit 1865 van August Gottfried Ritter (1811-1885), en daarin werd hetzelfde effect geconstateerd: alsof je middenin het klanken-gebeuren zat. De waardering van het aanwezige publiek was flink wat groter dan gewoonlijk.
Hoewel nog steeds mondjesmaat, wordt er tegenwoordig vaker een eigentijds stuk geprogrammeerd. Dat van Gert Jan Schipper kan, gezien zijn geboortejaar, in principe geen twee decennia oud zijn.
__________
Afbeelding: Gert Jan Schipper, organist en componist.