zaterdag 8 mei 2010

NNO op topniveau onder Michail Jurowski

Oorlog en de gevolgen symfonisch verklankt
In de grote zaal van het cultuurcentrum De Oosterpoort heeft het Noord Nederlands Orkest vrijdag 7 mei het eerste van twee identieke concerten gegeven onder leiding van Michail Jurowski, een dirigent van grote klasse, zoals heel snel bleek. Tijdens de eerste maten van Penderecki's Threnody voor 52 strijkers was dat niet alleen te horen, maar eveneens te zien. Dat opus dirigeerde Jurowski zonder stok, maar zijn sobere, suggestieve en aan duidelijkheid niets te wensen overlatende slag met de rechterhand — waarbij diens linkerhand heel goed wist wat dat andere, gelijkwaardige lichaamsdeel deed — verried zijn voorbeeld: Gennadi Rozjdjestvenski: Рождественский, hetgeen overigens het Russische adjectief voor kerst- is. Die Rus wordt door tal van critici als de beste dirigent ter wereld beschouwd. Hoewel zoiets uiteraard moeilijk te bepalen valt, is het ook geen epitheton ornans dat je direct doet steigeren.


Vervolgens kregen we een voortreffelijke solopartij van Anastasia Goldberg te horen in het filmische Warsaw Concerto uit 1941, met een dienovereenkomstige begeleiding, waarin details naar voren werden gehaald zoals we die nooit eerder hebben gehoord in het flutwerkje dat buiten het concertbedrijf dient te blijven. Als begeleidende muziek voor de film in kwestie functioneert die muziek uitstekend maar zonder die bewegende beelden is het slechts gruwelkitsch in de trant van Rachmaninovs, evenzeer banale, werken voor piano en orkest.

Sjostakovitsj' Zevende Symfonie
Gezien de reputatie van Michail Jurowski en zijn functioneren in de beide bovengenoemde stukken, hadden we, na die inleidende werken, nog grotere verwachtingen van het optreden van de — uitermate gelukkig gebleken — combinatie van dit orkest met die dirigent. De 104 instrumentalisten werden in Sjostakovitsj' Zevende op fenomenale wijze aangestuurd door Jurowski, die op de bok, voornamelijk zittend op een gasgeveerde stoel, zijn werk deed, en hoe. Zelfs in de breed opgezette, zeer veel decibels producerende, gedeelten bleef Jurowski fijnzinnig door met een vinger, een kort gebaar, precies dat aan de musici te ontlokken wat de componist wenste en de kenners van diens muziek graag horen: een uiterste aan concentratie, intensiteit en spanning. De verhoudingen binnen het orkest waren ideaal: zestig strijkers — in de klassieke samensteling 16, 14, 12, 10, 8 — tegenover dertien houtblazers en éénentwintig koperblazers, twee harpen, piano en zeven bespelers van een ruime batterij slagwerk. Jurowski had de koperblazers verdeeld over de uiterste hoeken van het podium: drie trompetten, drie trombones en de tuba uiterst rechts (vanuit de zaal gezien) en drie trompetten met drie trombones uiterst links achter de acht hoorns. De soms licht sabelende stok van de dirigent — geheel in de trant van eerder genoemde Rozjdjestvenski — werd al even functioneel ingezet. Kortom, Michail Jurowski behoort niet alleen tot het genre van de betere dirigent, we mogen en durven hier gerust te stellen dat hij tot de absolute top behoort. 

Aangezien de leiding van het Noord Nederlands Orkest in het voorwoord van het seizoensprogramma 2010-2011 rept van het eigen ensemble als toporkest, mag het ook niet anders zijn dan dat zo'n combinatie — zoals we die vrijdagavond in De Oosterpoort hebben gehoord, en die aanstaande zondag nog eens in De Harmonie van Leeuwarden te horen valt — de fantasie prikkelt en het wensdenken koortsachtig aanstuurt.
Al die inspanningen van de zijde van de musici — en van de staf die dit alles heeft voorbereid — hadden een volle zaal verdiend. Helaas was die niet veel meer dan voor de helft gevuld. De thuisblijvers hadden volstrekt ongelijk, en degenen, die — dit lezende — daarover wellicht enige spijt gevoelen, kunnen zichzelf en de organisatie nog een groot genoegen doen door zondagmiddag in Leeuwarden te gaan luisteren: zij zullen niet worden teleurgesteld.

Net een klasse beter

Hoewel wij zeer ingenomen waren, en dat nog altijd zijn, met de benoeming indertijd van Michel Tabachnik als chef-dirigent van het Noord Nederlands Orkest — en voor wie het seizoen 2010-2011 het laatste in die functie zal zijn —, moet er nu toch langzamerhand worden uitgekeken naar een opvolger; ongetwijfeld is de leiding van het ensemble daar inmiddels druk mee in de weer. Tijdens de concerten in het Beethoven Festival eerder dit jaar, hoorden we geroezemoes over een eventuele opvolging door Stefan Vladar, die bij musici en publiek zeer in de smaak valt, en die 'uitstraalt' dat hij dat ook wel zou willen. Het eerste optreden in het kader van dat festival — met een uitmuntende Eroica — kan zulke geruchten weliswaar verklaren, maar het is en blijft gevaarlijk om af te gaan op één optreden, tenzij alle elementen die voor een dirigent op hoog niveau vereist zijn, zich aandienen. Dat bleek bij Stefan Vladar in de volgende Beethoven-concerten niet het geval: nooit eerder klonk in die zaal en ver daarbuiten zo'n totaal verwilderde Zevende van die geniale Weense grootheid.
Met het besef dat elke vergelijking mank gaat, is het wellicht niet geheel comme il faut om een dirigent die 'Weens repertoire' voorstelt, te vergelijken met een orkestleider die, eveneens tijdens één concert, uitsluitend muziek uit de middenperiode van de twintigste eeuw voorstelt. Maar als we alle kenmerken van de beide hier genoemde dirigenten op een rijtje zetten, blijft Stefan Vladar — zowel qua techniek alsook in wezen en voorkomen op de bok — ver bij Michail Jurowski achter. Jurowski onderscheidt zich van alle betere dirigenten — inclusief Tabachnik — door een muzikanteske gradatie van diep doorleefd gevoel — zeg maar: als vertolker van de onderhuidse, neurotische spanningen —, zoals we die als constante factor in de loop van de laatste zes decennia bij het 'Gronings orkest' alleen maar hebben ondervonden bij Jan van Epenhuysen, Francis Travis, Roberto Benzi en Nikolaj Aleksejev. Kortom, Michail Jurowski is net een klasse beter dan we gewend zijn.

Het is ons, althans op dit moment, niet bekend of Jurowski eventueel beschikbaar is voor de functie van volgende chef-dirigent van het Noord Nederlands Orkest. De leiding van het ensemble zou er in ieder geval goed aan doen werk te maken van een vervolg in grotere omvang dan tijdens het komende seizoen, waarin Michail Jurowski — eind september, begin oktober van dit jaar — opnieuw een werk van Dmitri Sjostakovitsj met het NNO zal uitvoeren: de Tiende Symfonie.
____________
Afbeeldingen
1. Dirigent Michail Jurowski. (Foto overgenomen van diens website.)
2. Componist Dmitri Sjostakovitsj als relatief jonge man.

maandag 26 april 2010

Bewoners knappen gezamenlijk de Trefkoel op

Meest kunstenaars
In de wijk De Paddepoel van onze vroede stad werd een kleine vier decennia geleden een wijkcentrum gerealiseerd dat de naam Trefkoel kreeg, daarmee verwijzend naar een kuil waarin de oude Germanen in vroeger tijden bijeenkwamen. Op de binnenplaats van het complex bevond zich ook daadwerkelijk een ruime vierkante kuil met houten randen waar mensen bijeen konden komen, en het liefst uit een wat ruimer gebied: naast De Paddepoel tevens uit de aangrenzende wijken Selwerd en Vinkhuizen. In het centrum waren twee kerken gevestigd: De Wingerd van de Nederlands Hervormde Gemeente en De Garf van de Gereformeerden. In de beide ruimten, die toen de beschikking hadden over een losstaand orgel, werden, naast de erediensten, ook diverse malen concerten gegeven. In de overige zalen — die alle de naam van een sterrenbeeld droegen — werden tal van activiteiten georganiseerd, variërend van lezingen, bruiloften en partijen, tot popconcerten, en fungeerde het gebouw tevens als ouderensociëteit, voorts was een gedeelte ingericht als jeugdsoos, die De Sonde heette. Tevens was er het wijkfiliaal van de Openbare Bibliotheek gevestigd. Jarenlang fungeerde de ruimte van het huidige Atelier Zonneschijn als onderkomen voor de Basiseenheid West voor de Stad Groningen van de Regiopolitie.


Vertrokken
In de nadagen van De Wingerd werd deze zaal gebruikt voor de oecumenische diensten van de hervormden samen met de katholieken. De beide kerkzalen liepen letterlijk leeg doordat deze elders werden ondergebracht, het wijkbureau van de regiopolitie vertrok naar Vinkhuizen; het filiaal van de OB ging samen met dat van Selwerd, en werd ondergebracht in de Vensterschool aan de Eikenlaan.

Voor het wijkgebouw Trefkoel bestonden toen al geruime tijd plannen voor sloop, waarna de ruimte zou worden gevuld met een groot filiaal van een befaamde kruideniers-keten uit het westen des lands. Voorts zou er semi-hoogbouw worden gerealiseerd. Door allerlei onvoorziene ontwikkelingen liep het allemaal anders en konden er tijdelijke bewoners in worden ondergebracht. Dezen hebben allen op enigerlei wijze een binding met één (of meer) vorm(en) van kunst.

Onzekerheid
De onzekerheid omtrent de bestemming van het perceel en de daaruit direct voortvloeiende twijfels omtrent de eventueel resterende verblijfsperiode(n) heeft er mede toe geleid dat er geruime tijd bijna niets aan het uiterlijk van het complex is gedaan. Dat was, in ieder geval voor een deel, tegen het zere been van sommige buurtbewoners. Nu echter duidelijk is geworden dat met de bouw van het voor die plek voorziene nieuwe niet meer in 2011 zal kunnen worden begonnen, hebben de bewoners besloten om gezamenlijk een opknapbeurt te realiseren. Die telt enkele onderdelen en fasen.
Verleden zaterdag werd er vooral geschilderd: wanden, deuren, lijsten, zuilen. Daar waren ruim tien bewoners in uitstekende weersomstandigheden druk mee in de weer. Het ligt in de bedoeling om op korte termijn ook de buitenverlichting te herstellen en daarnaast eveneens voor een deel nieuw glas te plaatsen. Als dat gereed is, kunnen de werkzaamheden worden voortgezet op diverse plekken aan de binnenzijde.

Zo werd er al gesproken over nieuwe overgordijnen voor alle ramen. Hoewel een eenheidsworst op zich niet direct een na te streven doel is, kan zoiets voor een complex als de Trefkoel zeer ten gunste van de uitstraling werken.
Ook wordt er door de huidige ingezetenen van Trefkoel nagedacht over eventueel te organiseren activiteiten waarbij buurtbewoners kunnen worden betrokken, hetzij actief, dan wel als bezoekers.


Beeldende kunsten en interieurs

Aan de voorzijde van het complex — dat is de kant van de Zonnelaan — zijn alle gebruikers/bewoners van het onderste gedeelte van het complex actief met enige vorm van kunst. Naast de galerie en het atelier van Salustiano Martha — onder meer in het voormalige godshuis De Garf — woont Gerry, een studente binnenhuisarchitectuur, met haar vriend Cees en hond Cookie in het iets verhoogde stuk dat onderdeel van de Openbare Bibliotheek heeft uitgemaakt. De benedenruimte daarnaast tot aan de onderdoorgang naar het binnenplein is in gebruik bij beeldend kunstenaar Wouter Nijland.
Salustiano Martha, zijn galerie en de cursussen die hij daar geeft, zijn op deze site reeds twee keer aan bod gekomen. Het is de bedoeling om andere bewoners/gebruikers van Trefkoel die kunstenaar zijn of er de voorkeur aan geven als kunstenmaker(s) te worden beschouwd, successievelijk op deze site voor te stellen, individueel of als logisch bij elkaar horenden.

(wordt binnenkort vervolgd)
____________

Afbeeldingen
1. Vijf van de bewoners zijn bij en in de omgeving van één der voormalige ingangen van de kerkzaal De Wingerd bezig met de, vooreerst uitwendige, opknapbeurt. Een bezoeker en hond Amber tonen daarvoor belangstelling. Rechts in de hoek is een grote plaat met het logo van Trefkoel zichtbaar, die tijdens de schilderbeurt even van een muur van het binnenplein moest worden verwijderd, maar daar opnieuw zal worden bevestigd.
2. Een van de stalen draagzuilen krijgt een dieprode kleur.
3. Het opdringerige geel van de zijwand in de onderdoorgang vanaf De Zonnelaan en de lange muur aan het binnenplein wordt vervangen door helder grijs.

Alle foto's zijn genomen door Wouter Nijland (tevens ©).

donderdag 15 april 2010

Onthulling wijkkunstwerken in Galerie Zonneschijn

Open dagen Atelier Zonneschijn
Voorafgaande aan de twee Open dagen die in Atelier en Galerie Zonneschijn aan de Zonnelaan in deze stad, op zaterdag 17 en zondag 18 april worden gehouden, worden op vrijdag 16 april, 's middags twee kunstwerken onthuld, welke zijn ontstaan in het kader van het project Werken met klei, als uiting van cohesie in de buurt.
Deze, ondanks zijn ware leeftijd, relatief jonge kunstenaar — pas na een werkzaam leven in de bouwwereld heet Salustiano Marha zich toegelegd op beeldende kunst — heeft in de herfst van 2009 een cursus Werken met klei gegeven voor de bewoners van de wijken Selwerd en De Paddepoel om de progressie te bevorderen binnen een Nieuw Lokaal Akkoord waarin bewoners van de genoemde wijken samen een kunstwerk realiseren. Het resultaat van die samenwerking heeft geleid tot respectabele kunstwerken.

Twee wijkprojecten

De twee stukken waar het op vrijdag 16 april met nadruk om gaat, zijn getiteld Selwerd samen en Bijeen Pad. Het eerstgenoemde krijgt een plek in het Verzorgingshuis Patrimonium in de wijk Selwerd. De bestemming van het tweede moet nog nader worden onderzoct.
Het zou, vanwege de relatieve kwetsbaarheid, eveneens van belang zijn om dat stuk ook een plek ergens binnen te geven. Op basis van de tot nu toe geldende gegevens [1] en het tweede woord van de titel, zou het voor de hand moeten liggen dat Bijeen Pad een plek in de wijk De Paddepoel krijgt, en mijns inziens daar waar veel mensen zijn. Eén van de mogelijkheden die zich aandient, is het Winkelcentrum Paddepoel, waar aan veel van de eisen direct kan worden voldaan: ten eerste is het van acht uur 's ochtends tot acht uur 's avonds openbaar, vervolgens is het tijdens de nachtelijke uren, vanwege de afsluiting van het winkelcentrum, beschermd. 
De wijk De Paddepoel heeft vanaf het begin als een soort centrale plek voor drie wijken — Selwerd, De Paddepoel en Vinkhuizen — gefungeerd. Dat laatste was onder meer terug te vinden in het wijkcentrum Trefkoel [2] dat weliswaar al enige tijd niet meer in de hoedanigheid van eertijds een functie vervult, maar waarvan het gebouwencomplex nog overeind staat met als blikvanger aan de voorzijde Atelier en Galerie Zonneschijn, waar het deze dagen allemaal om draait en waar de ideeën voor deze vorm van artistieke samenwerking zijn ontstaan.

Officiële onthulling

Met de onthulling van de beide genoemde kunstwerken wordt ook het startsein gegeven voor de beide open atelierdagen, welke in aansluiting tijdens het weekeinde, beide keren van 11:00 uur tot 17:00 uur worden gehouden.
Het officiële gedeelte start vrijdag om15:30 uur, maar men kan in Zonneschijn terecht vanaf 15:00 uur. Na een welkomstwoord door de kunstenaar, gevolgd door een toespraak van de heer Wijbenga, voorzitter van de Wijkraad, zal de officiële handeling worden verricht door mevrouw M. Brooks-Salmon, plaatsvervangend gevolmachtigd minister van de Nederlandse Antillen. Zij doet dat samen met Peter Verschuren, wethouder van de stad Groningen.

Ter afsluiting van het officiële gedeelte zal Salustiano Martha de certificaten uitreiken aan de cursisten, die onder meer de beide kunstwerken samen hebben gerealiseerd.


Optreden Duo Zonneschijn

Tot 18:30 uur is er de gelegenheid om niet alleen de twee onthulde kunstwerken te bekijken, maar tevens een rondgang langs alle uitgestalde kunst in het atelier te maken. Het Duo Zonneschijn [3] twee 'zingende meiden'— zorgt voor de muzikale omlijsting. Dat duo van Erna Moragues is eveneens een aangelegenheid van de wijk De Paddepoel, aangezien zij slechts enkele straten verwijderd van atelier en galerie met dezelfde naam woonachtig is, doch een verbinding tussen de beide grootheden bestaat niet, al is het een goede zaak dat deze twee, zo verschillende kunstrichtingen, bijeenkomen.
__________
[1] Nu de projecten zo succesvol zijn gebleken, breidt Salustiano Martha zijn werkterrein binnenkort uit naar Vinkhuizen, waartoe eveneens de nieuwere, kleinere woongebieden westelijk van die wijk, qua ligging zijn gaan behoren.

[2] Zelfs in in het logo van het wijkcentrum Trefkoel was dit terug te vinden. Drie lijnen die alle uitmondden in een centrale driehoek, zoals dat ook het geval bleek te zijn bij het Toeristenbureau van Zwitserland.

[3] Duo Zonneschijn is een project van Erna Moragues. Over Erna, haar muzikale echtgenoot Marcos en hun twee, eveneens muzikaal actieve,  kinderen kunnen degenen, die oudere nummers van de wijkkrant Nummer 1 hebben bewaard, een artikel lezen in het decembernumer van 2009.
____________

Afbeeldingen
1. Salustiano Martha in actie met één van zijn stukken in Atelier Zonneschijn.

2. Aandacht voor stukken die zijn gerealiseerd in Salustiano's atelier.
____________
NASCHRIFT 17 april
1. Mevrouw Brooks-Salmon was door ziekte verhinderd om de officiële onthulling te realiseren. Zij werd vervangen door de heer R.M. Candelaria van het Kabinet van de Gevolmachtigde Minister van de Nederlandse Antillen.

2. De groep die de muziek heeft verzorgd, bleek niet Duo Zonneschijn te zijn, maar de Mogambo Latin Band, met weliswaar dezelfde zangeres, maar zonder een tweede stem, en in plaats daarvan en combo van drie musici. Dat is wel een heel groot duo, al bleef de zon voor hen gewoon schijnen. Als gevolg van een conglomeraat van toestanden en gebeurtenissen werd de instrumentale ondersteuning van Erna Moragues verzorgd door anderen dan gebruikelijk, maar wel door goede bekenden: Fito Domitilia, Isai Mercera en Stanley Nar.

vrijdag 19 maart 2010

Vertelvoorstelling in café De Pompel te Overschild

Op zaterdag 20 maart wordt in Vertelcafé De Pompel te Overschild een ingekorte herhaling van een Vertelvoorstelling gegeven, die jongstleden donderdagavond op de Vertelboot in Zwolle werd gepresenteerd. Tineke Neyman en Jempie Vermeulen bouwen samen het verhaal De man die niet wou stoppen met dansen
Tineke vertelt en de Vlaamse multi-instrumentalist Jempie ondersteunt haar muzikaal. De opbouw van het verhaal zorgt ervoor dat u steeds verder wordt meegenomen — misschien wel meegesleept of zelfs meegesleurd — naar een 'andere dimensie' waarin muziek in allerlei vormen de hoofdrol speelt. Het gaat daarbij ook op vormen van muziek zoals u die nog niet eerder heeft gehoord, en mede daardoor is de kans groot dat u even ver van huis raakt, hetgeen misschien al het geval is als u van buiten Overschild komt. Dan bent u beslist nog verder van huis.
En ondanks de gevaren die obsederende muziek op zich zou kunnen hebben, durf ik er hier en nu best van uit te gaan dat u weer veilig zult landen in hetzelfde café waar uw vertrekpunt zal hebben gelegen. Het is dan ook aan de 'conducteurs' om u op de juiste wijze te begeleiden. Dat ik daar het volste vertrouwen in heb, komt alleen al doordat ik zo nuchter ben er van uit te gaan dat het duo u bij een volgende gelegenheid graag weer zal begroeten.

Tineke Neyman heeft enige tijd achtereen elke week een Gronings volksverhaal op Radio Noord verteld; Jempie Vermeulen laat u tijdens de voorstelling niet alleen opnieuw kennismaken met bekend instrumenten als viool, gitaar en trekharmonica, maar tevens met de nyckelharpa en een lieftallig muziekdoosje dat voor de goede toehoorder alleen al hele verhalen kan vertellen.

woensdag 10 maart 2010

De Vijfde Symfonie van Anton Bruckner door NNO

Fysiek veeleisend
Toen Roelof Krol, na het vrij plotselinge vertrek van Jan van Epenhuysen als dirigent van het symfonieorkest in Groningen, de taak op zich nam om het van een nieuwe naam voorziene ensemble — Noordelijk Filharmonisch Orkest, orkest van Groningen en Drenthe — voor een tussenperiode (1961-1964) als chef-dirigent te leiden, meldde deze in een interview met het Nieuwsblad van het Noorden over zijn plannen met betrekking tot het repertoire, dat hij er wel iets voor voelde om een symfonie van Anton Bruckner uit te voeren, maar dat dit fysiek wel heel veel van de musici zou vergen. Daarmee toonde de nieuwe dirigent dat hij zich met
betrekking tot het repertoire van zijn ensemble in de negenennegentig voorafgaande jaren niet voldoende had georiënteerd. Had hij dat wel gedaan, dan zou hij zijn tegengekomen dat de tweede dirigent naast voornoemde Van Epenhuysen — de in 1945 benoemde muziekschooldirecteur Jan van 't Hoff (1899-1983) — wel degelijk symfonieën van Anton Bruckner  in Groningen had uitgevoerd, evenals gelijksoortige werken van Gustav Mahler. Het zou echter niet zo lang duren voordat Roelof Krol zijn tamelijk ingehouden wens zou realiseren door Bruckners Nullte Sinfonie op het programma van een NFO-concert in De Harmonie van Groningen te zetten. De Duitse gastdirigent Karl Randolf voerde met het NFO in de periode-Krol de Derde van Bruckner uit.

Eigen Bruckner-traditie van NFO

Pas in de tweede helft van de jaren zestig, toen Charles de Wolff eerste en enige vaste dirigent was geworden en de door hem open gelaten concerten door vier gastdirigenten, waaronder Roelof Krol, werden ingevuld. De Wolff begon met Bruckners Vijfde, in de daarop volgende seizoenen gevolgd door de Zevende, de Achtste en de Derde, met steeds in hetzelfde seizoen een herhaling van een eerdere. Uiteindelijk zou de Zevende het vaakst door het orkest aldaar worden uitgevoerd. 
De Tweede en de Negende hebben eens in De Wolffs tijdperk op het programma gestaan, maar moesten vanwege ziekte van flink wat orkestleden of — in de Negende een plotselinge onmogelijkheid om de vereiste Wagner-tuba's — die het ensemble in die dagen nog niet zelf bezat, maar met de daarbij behorende spelers moest inhuren — te bezetten. Onder leiding van gastdirigenten werden nog de Vierde — onder de toen vaste gastdirigent Luis-Antonio Garcia-Navarro — en de Nulde (onder Hubert Soudant) en weer de Derde (maart 1982: Ude Nissen uit Erfurt). 
In de periode dat er al samenwerkingsconcerten werden gegeven door een ensemble dat werd samengesteld uit het Frysk Orkest en het NFO, zou onder leiding van Franz-Paul Decker een uitvoering van de Originalfassung van Bruckners Achtste Symfonie worden gegeven, doch ook die ging niet door als gevolg van een groot aantal orkestleden met griep. 

Voortzetting door NNO

In de begintijd van het ensemble dat uit de beide orkesten, dat van Leeuwarden en Groningen, werd samengesteld en daarna Noord Nederlands Orkest ging heten, werd eindelijk de Negende van Anton Bruckner uitgevoerd, onder leiding van de eerste vaste dirigent Martin Sieghart. Later kwamen er herhalingen van onder meer de Zevende en de Vierde. Deze week is opnieuw de Vijfde aan de beurt, die zowel in Leeuwarden, op donderdag 11 maart, en op vrijdag 12 maart in De Oosterpoort te Groningen zal worden utigevoerd.
Het werk is het contrapuntische meesterwerk bij uitstek van Anton Bruckner, waarover hij zelf na gereedkoming stelde, dat niet nog eens te willen doen, zelfs niet voor 1000 Gulden, om vervolgens gewoon met een nieuw magistraal stuk, de Zesde, te beginnen.
Hoewel relatief sober bezet met acht houtblazers: twee fluiten, twee hobo's, twee klarinetten, twee fagotten, en daarnaast elf koperinstrumenten: vier hoorns, drie trompetten, drie trombones en een bastuba, pauken en een sterk bezet strijkkwintet, maakt de vijfde symfonie een overweldigende indruk van kathedrale schoonheid en gotische symmetrie. Dat geldt helemaal voor de magistraal stijgende coda met een tripelfuga. 

Symmetrie in partituur

Een Weense psychiater — en tevens een groot bewonderaar van de symfonieën van Bruckner — heeft de partituur van de Vijfde eens op (ma)thematische symmetrie doorgespit en kwam tot een constructie die overeenstemde met hetgeen op basis van het veelal ondergane gevoel dat bij het ingespannen luisteren ontstaat.
Deze Bruckner-symfonie wordt — in Leeuwarden en Groningen — voorafgegaan door de wereldpremière van een opdrachtwerk dat het Noord Nederlands Orkest heeft verstrekt aan componist en Trouw-medewerker Anthony Fiumara: een Concert voor piano en orkest, uit te voeren door Ralph van Raat, met het orkest onder leiding van Stefan Vladar. Op dat werk komen we graag terug als we het eenmaal hebben gehoord. (Aangezien het werk geen enkele blijvende indruk heeft gemaakt — dat wil zeggen dat er niets is blijven hangen', laten we dat, bij nader inzien, toch maar van achterwege.)

dinsdag 9 maart 2010

Actualiteitencollege over Bachs Matthaeus Passion

»Bleibt ihr Engel, bleibt bei mir!
Führet mich auf beiden Seiten,
Dass mein Fuß nicht möge gleiten.
Aber lernt mich auch allhier
Euer großes Heilig singen
und dem Höchsten Dank zu bringen.«


Een speciale passie: Bachs Matthaeus Passion
Als een theoloog aan het begin van de eenentwintigste eeuw de Passie preekt, lijkt het in ieder geval een goede zaak eens te gaan luisteren wat hij precies te zeggen heeft. Zeker in deze tijd van het jaar, voorafgaande aan Pasen: de lijdenstijd, en het thema: die éne, alles overheersende, Passion van Johann Sebastian Bach (1685-1750) is: die naar het Evangelie van Matthaeus. De theoloog die iets over dit onvergankelijke muziekstuk van Bach te zeggen heeft, is Jan Luth van de Rijksuniversiteit Groningen: een man die zich heeft gespecialiseerd als hymnoloog en die tevens als kenner van het werk van J.S. Bach geldt. Hij houdt een openbaar actualiteitencollege in de grote zittingzaal van de voormalige Rechtbank in de Oude Boteringestraat 38 in Stad. En ook al is het Felix Mendelssohn (1809-1847) geweest die acht decennia na het overlijden van de grootmeester de Passion in kwestie nieuw leven heeft ingeblazen, zij het in een afwijkende vorm van uitvoering dan die ten tijde van Papa Bach zelf, en heeft die daarmee een nieuwe traditie gevestigd die tot na de Tweede Wereldoorlog in Duitsland en de omringende staten gehandhaafd bleef. Totdat Nikolaus Harnoncourt, cellist van de Wiener Philharmoniker in de jaren vijftig op onderzoek uit ging naar de oorspronkelijke versie van de werken van Bach, gevolgd door (delen van) het oeuvre van tal van anderen. Om zoveel mogelijk recht te doen aan de intenties van de componist, richtte Harnoncourt het ensemble Concentus Musicus op dat het eerste optreden in ons land heef gerealiseerd in De Harmonie van Groningen (1969), en diverse musici van dit orkest mij, bij een tweede optreden medio jaren zeventig (in De Oosterpoort), hun verbijstering uitspraken over het verdwijnen van dat concertgebouw. Sommige dirigenten voelden wel voor die alternatieven, maar waren huiverig die in praktijk te brengen doordat ze vreesden dat hun omvangrijke koor uiteen zou vallen. Doch langzaam maar zeker is de massaliteit qua koorstemmen iets teruggedrongen, al is een uitvoering met een totaal van veertig stemmen — instrumentaal en vocaal tesamen — nog steeds een relatieve zeldzaamheid.

Anekdoten rondom de uitvoering te Naarden
Elk jaar werd op Goede Vrijdag deze Matthaeus Passion in de Grote Kerk te Naarden — later, na de splijting van de Nederlandse Bachvereeniging, tevens door Bachkoor Holland in de Leidse Pieterskerk —, en die lang volgehouden traditie is omzoomd door tal van anekdoten. Zo zou Jo Vincent, die niet bepaald dol op Joden waren, na elke uitvoering hebben gezegd: "Die hangt weer." Anderzijds weigerde ze op te treden toen tijdens de Duitse bezetting bij de ingang van de kerk stond dat de toegang voor Joden was verboden. Als de hoofdpersonen in het drama geen toegang hadden, wilde Jo Vincent ook niet. Een tweede hardnekkig verhaal dat inmiddels ietwat is weggeëbd, is de spanning waarmee het koor de inzet van de Evangelist afwachtte. Zong die een beetje vlot, dan keek men elkaar geruststellend aan: "We halende laatste trein nog."

1899: het jaar voor de Amsterdamse Matthaeus Passion
Vanaf 1899 heeft het Concertgebouworkest met Willem Mengelberg een eigen traditie ingezet en langzaam maar zeker volgden de andere grotere orkesten en de regionale ensembles verspreid over ons land. En om nu even bij Groningen te blijven: Jan van Epenhuysen trad elk jaar opnieuw driemaal achtereen met de Groninger Orkest Vereniging en het Toonkunstkoor Bekker met deze Matthaeus Passion voor het voetlicht, zij het dat in die jaren de eerste avond nog als Generale Repetitie gold. Na allerlei tussenvormen — het ene jaar de Johannes Passion en het andere de Matthaeus weer; dan weer van elk één uitvoering, al dan niet op afwijkende locaties — zijn we na de laatste ingreep in ons orkestenbestel, met als gevolg een halvering van het aantal symfonische concerten, uitgekomen op één avond per jaar de Matthaeus in de programmering van het eigen symonieorkest. Daarnaast worden er nog wel op andere locaties uitvoeringen verzorgd door groeperingen 'van buitenaf', die allengs ook een eigen traditie (hebben weten te) vestigen.

Informatie vooraf
Wie voorafgaande aan de lezing van Jan Luth — te geven op donderdag 11 maart vanaf 19:30 uur in het gebouw van de faculteit Godgeleerdheid en Godsdienstwetenschap — meer informatie over het thema wenst, kan kennisnemen van algemene details door hier te klikken. De toegang is gratis, maar aanmelden wordt aanbevolen: telefoonnummer: 050-3638017.

maandag 1 maart 2010

Stadsschouwburg met een jubilerend Opera Zuid

Op dinsdag 2 maart komt Opera Zuid naar de Stadsschouwburg van Groningen met haar jubileumvoorstelling — naar aanleiding van het twintigjarig bestaan van dit muziektheater-gezelschap — die vrijdag in Maastricht in première is gegaan: Hänsel und Gretel uit 1893 van Engelbert Humperdinck, op een libretto van Adelheid Wette, die op haar beurt het sprookje van de Gebroeders Grimm en het verhaal met dezelfde titel van Ludwig Bechstein heeft geraadpleegd.
Voor een uitgebreide toelichting op dit muziekdrama verwijs ik u alhier graag naar een artikel met meer achtergrond-gegevens en illustratiemateriaal uit de voorstelling, dat ik verleden week heb opgenomen op de zustersite Tempel van het Muziektheater.